Interview Belang van Limburg

Verschenen in Het Belang van Limburg (10 april 2021 – weekendbijlage)

https://www.hbvl.be/cnt/dmf20210409_97877081

TAALKUNDE

Professor Rik Vosters in Nederlandse Taalunie: “Mijn moedertaal is Maaseiks”

BRUSSEL/MAASEIK
Karel Moors

Maaseikenaar Rik Vosters (36), taalprofessor aan de VUB, is opgenomen in de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie. “We willen niet in een ivoren toren zitten”, zegt Vosters.

“Tijdens mijn eerste les taalbeheersing Nederlands aan de universiteit werd me gevraagd of Nederlands dan wel het Duits mijn moedertaal was. Men kon mijn Maaseiks accent niet plaatsen”, schuddebuikt professor Rik Vosters. Maar het is allemaal goed gekomen. De Maaslander studeerde Germaanse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel, doctoreerde er en zit momenteel de vakgroep Linguistics and Literary Studies van de VUB voor.

Recent heeft de Nederlandse Taalunie (NTU) Vosters aangeduid voor hun groep van twaalf experten – de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren – die het Comité van Ministers in Vlaanderen en Nederland adviseren over taal- en taalbeleidkwesties. De Limburger is een van de jongste leden, zo niet de benjamin van de Raad.

Professor Rik Vosters.  Guy Puttemans

“Ik heb als taalkundige altijd veel aandacht gehad voor de spanning tussen de taal in Nederland en Vlaanderen. De dynamiek tussen noordelijke en zuidelijke variëteiten van het Nederlands, daar heb ik expertise over, dat staat centraal in mijn onderzoek. Ik denk dat ik daarom een interessant profiel heb voor de Raad”, zegt professor Vosters.Heeft u al een eerste werkdag achter de rug?Voor mij voelt plat Maaseiks aan als moedertaal, ik ben in dat dialect opgevoedRIK VOSTERSprofessor taalkunde VUB

“Mijn eerste vergadering moet nog komen. Ik ken wel de thema’s waar we op werken. Een van de dingen die me na aan het hart liggen, is neerlandistiek binnen het taalgebied en ook daarbuiten. Ik heb op dat vlak zelf ervaring opgedaan als gastprofessor aan de Universiteit van Pennsylvania in Philadelphia, waar ze een kleine afdeling Nederlands hebben. Over de hele wereld zijn er zo’n departementen die ondersteund worden door de Nederlandse Taalunie. De meeste mensen staan niet stil bij hoe belangrijk Nederlands op mondiaal niveau is, het is een ‘kleine grote taal’. Met name in Oost- en Centraal-Europa is Nederlands heel populair. Vooral Polen heeft gigantisch veel studenten Nederlands, daar is het een beetje een alternatief voor Duits. Vanuit economisch oogpunt zijn de Lage Landen interessant, met mooie jobmogelijkheden.”Wat doet de Nederlandse Taalunie?

“De bekendste taak is de spelling reguleren in het Nederlands, het uitgeven van het Groene Boekje hangt daarmee samen. Wij hebben een officiële spellingsnorm en die wordt vastgelegd en bijgewerkt door de Taalunie. Maar de Taalunie helpt ook bij het beschrijven van de woordenschat en een ander project is het bijwerken van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS). Dat is veel minder regulerend dan voor de spelling. Daarnaast adviseren we overheden over taalkwesties en ondersteunen we het onderwijs van Nederlands in binnen- en buitenland. We promoten en steunen het Nederlands op alle vlakken.”De Taalunie wordt wel eens vergeleken met de Académie française.

“Die is veel ouder en sterk regelgevend, een club oude mannen. Onze Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren bestaat uit twaalf leden, met een gelijk aantal Vlamingen en Nederlanders. Al zitten er soms ook buitenlandse collega’s in, bijvoorbeeld uit Duitsland. Die worden dan bij de Nederlanders of Vlamingen gerekend. Voor ongeveer de helft zijn het academici, maar in de andere helft zitten ook mensen uit de bedrijfswereld onder andere. De leden hebben heel diverse profielen. De Raad wil niet in een ivoren toren zitten maar meer aansluiting vinden bij wat maatschappelijk en economisch belangrijk is. Normaal ben je drie jaar lid en dat kan verlengd worden tot zes of heel uitzonderlijk negen jaar.”

Professor Rik Vosters.  Guy Puttemans

Wat hoopt u te bereiken in uw ambtstermijn?

“Waar ik me sterk voor wil inzetten, is de positie van de neerlandistiek internationaal. Dat vind ik enorm belangrijk. Een andere grote motivatie, is mijn engagement voor studie van het Nederlands op verschillende niveaus in Vlaanderen en Nederland. Ik ben daar al jaren mee bezig als lid van de kerngroep van het Vlaams Talenplatform. We stellen vast dat de taalopleidingen aan universiteiten steeds minder studenten krijgen. Dat is voor alle talen zo. Zowel de opleidingen toegepaste taalkunde als taal- en letterkunde hebben heel zware klappen gekregen.”Waarom?

“Er is een perceptieprobleem: mensen denken dat het richtingen zijn waar je weinig mee kan op de arbeidsmarkt. De tewerkstellingscijfers voor taal- en letterkunde zijn nochtans zelden beter geweest. Maar de perceptie is ontstaan dat je met een taaldiploma vooral stempelgeld kan trekken of in het onderwijs moet staan. Terwijl een meerderheid van onze afgestudeerden heel goed in allerlei sectoren buiten het onderwijs terechtkomt. Het heeft misschien ook te maken met de STEM-klok die de hele tijd geluid wordt. Het aandeel leerkrachten voor Nederlands en vreemde talen die niet het juiste diploma hebben, neemt jaar na jaar toe. Dat versterkt het probleem en zo kom je in een vicieuze cirkel. Een leerkracht met een andere opleiding zal minder passie voor een taalvak overbrengen en dan gaan nog minder studenten voor talen kiezen. De Vlaming is zijn historische talenknobbel aan het kwijtraken.”Er is nochtans ook een economisch belang.

“Bij het Talenplatform spreken we regelmatig met werkgeversorganisaties, dat zijn onze bondgenoten. Die beseffen meer dan wie ook het belang van doorgedreven talenkennis. Maar een en ander begint te bewegen. Onderwijsminister Ben Weyts heeft een aantal goeie intenties opgenomen daaromtrent, hij heeft een groot talenplan in het vooruitzicht gesteld in het regeerakkoord. Dat moet nu meer vorm beginnen krijgen. De Taalunie kan daar een rol spelen.”

Professor Rik Vosters.  Guy Puttemans

Bij de recente verkiezingen in Nederland pleitte het CDA ervoor om de Friese taal in de grondwet op te nemen. Ook het Limburgs en het Nedersaksisch (uit Groningen en Drenthe, nvdr) zouden als officiële overheidstaal erkend moeten worden.

“In Nederland zijn die talen al erkend als regionale taal. Ze hebben daar het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden uit 1992 goedgekeurd en in praktijk gebracht, maar België weigert dat Handvest te ondertekenen. Het zou het delicate Belgische taalevenwicht in het gedrang brengen, en sommigen vrezen dat het bijvoorbeeld tot meer rechten voor de Franstalige minderheid in de rand van Brussel zou leiden. Ik snap die angst niet echt: dat Handvest is heel vrijblijvend, heel weinig dwingend. Elke staat kan vrij kiezen wat ze als taal beschouwt en welke rechten ze toekent. Wat dus de rare situatie creëert dat Limburgs erkend is als regionale taal aan de ene kant van de Maas en niet erkend is en gewoon een dialect van het Nederlands is aan onze kant.”Wat vindt u daarvan als Maaslander?

“Ik zie de voordelen die de erkenning in Nederland voor het Limburgs bracht. Op een aantal vlakken heeft dat een mooie dynamiek rond het Limburgs doen ontstaan. Het staat er wat anders voor en is wat vitaler in Nederland dan in België, het heeft impulsen gegeven als erkenning van Limburgse eigenheid. Dat speelt meer in Nederland dan bij ons. Daar was er een heel sterke lobby voor dat Limburgs, bij ons zijn er minder collega’s en politici die er militant voor vechten. Jammer dat de erkenning aan twee kanten van de grens anders is gelopen, het is eigenlijk een artificiële situatie.”

Professor Rik Vosters.  Guy Puttemans

Kalst dich nog plat Mëzeikërs / Praat u nog plat Maaseiks?

“Ja, ich kal plat. (lacht hartelijk) Ik gebruik het in contacten met mijn ouders en vrienden uit Maaseik. Voor mij voelt plat Maaseiks aan als mijn moedertaal, zonder twijfel. Standaardnederlands is voor mij alsof ik… ik zal niet zeggen dat ik een zondags pak moet aantrekken, maar toch een wat netter jasje. Het voelt minder spontaan aan dan Maaseiks. Ik ben echt in dat dialect opgevoed. Mijn eerste contact met Standaardnederlands moet op school zijn geweest. Maar veel goeie taalkundigen, ook neerlandici, zijn niet-moedertaalsprekers. Dan kijk je er met een andere bril naar, dat kan een voordeel zijn.”U ziet dialecten niet als een bedreiging voor het Nederlands?

“Absoluut niet. Het is omgekeerd. Bij jongere generaties is amper dialectkennis aanwezig en dat zal zich nog voortzetten. Nederlands is eerder een bedreiging voor het Fries en dialecten, het is eerder een slokop of killertaal dan een taal die zelf bedreigd is. Ik zal nu wel weer boze mails krijgen, maar dat is de realiteit. Leenwoorden in het Nederlands zijn van alle tijden en geen reden tot paniek. Pas als we in een aantal brede, cruciale domeinen een andere taal gaan gebruiken in plaats van het Nederlands, dan moeten we ons zorgen maken. Dat is nu niet of amper het geval. In bepaalde domeinen is er wel druk van het Engels, bijvoorbeeld in het hoger onderwijs. Maar we hebben sterke juridische sleutels en beschermingsmaatregelen ingebouwd gezien de dominantie van het Frans in het verleden. Een collega zei: ‘Zolang mensen niet naar de bakker gaan en hun brood in het Engels bestellen, moeten we ons geen zorgen maken.’ Die dag is nog heel ver af. Dat gaat niet gebeuren.”

Professor Rik Vosters.  Guy Puttemans